Commissieactiviteiten 2003

Werkgroep Beleidsplan 2001-2006

Dhr. A. Severijnen, voorzitter
Mw. K. Karlietis
Dhr. A. Kolk
Dhr. B. Mulder
Dhr. B. Rietveld

De werkgroep Beleidsplan werd al eerder opgeheven omdat zij erin geslaagd was binnen de gestelde termijn een beleidsplan op te stellen voor de periode 2001-2006.
De werkgroep werd bedankt voor haar werkzaamheden en het beleidsplan is door de ledenvergadering  vastgesteld en in ook in 2003 vertaald naar jaarplannen.

Werkgroep kengetallen (resumé)

Dhr. A. Severijnen, voorzitter
Dhr. J. Dees
Dhr. J. Tames
Dhr. A. Voeten

Namens de commissie liet de heer A.Severijnen weten dat er wederom in 2002 gepeild was naar de behoefte van een aanvullende voedings enquête bij die leden waar een jaarlijkse facilitaire enquête werd gehouden. Helaas was, gezien de reactie van de meerderheid van de leden, de teneur dat zij de meerwaarde betwijfelden of niet de prioriteit onderkenden in deze, men het ontbrak aan tijd of men had moeite met het formuleren van antwoorden op de gestelde vragen. Mede gelet op eerdere ervaringen was voor de leden van de werkgroep de conclusie duidelijk: kengetallen voor de voedingsdienst werden weliswaar nuttig als zinvol gezien, maar om de projectdoelen van de VHVG te kunnen halen was het aantal deelnemers dat de hiervoor benodigde inspanning wil of kan leveren, te beperkt. Daar stond gelukkig tegenover dat een aantal instellingen wel een dergelijke inspanning wilde leveren en via deelname aan een professioneel opgezet kengetallenonderzoek tot zeer goede, ook onderling vergelijkbare, resultaten kwam. Er is nog overwogen of een andere projectopzet wel zinvol zou zijn. De werkgroep was echter van mening dat het veel effectiever en voor de zelfwerkzaamheid van de leden veel beter zou zijn om in dit geval direct het netwerk van de collegae te benutten. Daarmee werd in ieder geval wél aan een van de doelstellingen van de VHVG voldaan. De werkgroep had daarom het bestuur van de VHVG eind 2002 voorgesteld om het Project Kengetallen in de oorspronkelijke opzet stop te zetten en de werkgroep Kengetallen te ontbinden. Ondanks dit advies aan het bestuur mag nadrukkelijk gesteld worden dat de werkgroep met veel plezier heeft geprobeerd haar opdracht inhoud te geven. In de werkgroep werd geconstateerd dat deze teneur van de reacties haaks lijkt te staan op de vele verzoeken die het secretariaat van de VHVG krijgt om kengetallen, naast de toenemende behoefte aan bedrijfsvergelijkend onderzoek. Blijkbaar wil men wel graag gebruik maken van de resultaten van anderen, maar niet zelf een vergelijkbare inspanning leveren. Mogelijke oorzaken daarvoor zouden kunnen zijn: geen behoefte aan transparant beleid in (delen van) de organisatie, anderen inzicht geven in cijfermateriaal wordt gezien als verlies van macht of  toont juist onkunde aan, juiste cijfermateriaal is niet beschikbaar en prioriteiten liggen anders, hoofd voeding dan wel zijn superieuren zijn onvoldoende geïnteresseerd in de materie.
Signalen die samen te vatten zijn onder de noemer: kengetallen voor de voedingsdienst worden weliswaar als nuttig en zinvol ervaren, maar het aantal deelnemers dat de hiervoor benodigde inspanning wil of kan leveren is te beperkt om de projectdoelen van de VHVG te halen. Daar staat tegenover dat instellingen die wel een dergelijke inspanning willen leveren via deelname aan professioneel opgezet kengetallenonderzoek tot zeer goede - ook onderling vergelijkbare- resultaten kunnen komen. Dat lukt zeer wel zonder de inzet van de VHVG. Om deze redenen achtte de werkgroep doorgaan op basis van de projectdoelen van de VHVG, niet zinvol.
De werkgroep adviseerde het bestuur van de VHVG tot het nemen van deze besluiten en het informeren van de leden ter zake. Het bestuur betreurde dit besluit maar nam dit voorstel over en dankte de werkgroep voor hun inzet en die leden die wel actief geparticipeerd hadden. Als dank voor de bewezen diensten werd een fles wijn overhandigd aan de heren  A.Severijnen, J. Dees, J. Tames en A.Voeten van de werkgroep, hetgeen door de leden met applaus werd onderstreept.

OVDB beroepsprofiel voedingsassistent

Afvaardiging namens de VHVG in 2003:

Dhr. A. de Jong.
Dhr. J. Nanninga.

In 2003 zijn de ROC’s gestart met een nieuwe kwalificatiestructuur en bijbehorende eindtermen. Het OVDB is verder gegaan met ontwikkelen van de servicedocumenten die door het onderwijs gebruikt worden om het onderwijsprogramma uit te werken. Deze documenten kunnen straks ook door het werkveld gebruikt worden bij de invulling en beeldvorming van de beroepspraktijkvorming. Deze zullen dan ook op Internet te zien zijn. Vanaf september 2002 tot en met april 2003 waren er klankbordbijeenkomsten gepland. Bij deze activiteiten is geen directe vertegenwoordiging namens de VHVG betrokken. De heer A. de Jong liet weten dat van de om te zetten kwaliteitseisen voor
4 niveaus, de niveaus 1 en 3 werken volgens de nieuwe structuur vanaf augustus 2002.  Wellicht is het een goede zaak om van deze aspecten melding te maken via de zo juist opgerichte vereniging voor Voedingsassitenten.


Evaluatie en actualisering Hygiënecode

Afvaardiging namens de VHVG in 2003:

Dhr. J. v.d. Brekel (sinds december 2000 in de klankbordgroep)
Dhr. H. Mutsaers

Op 14 december 1995 werd de nieuwe Warenwet Hygiëne van Levensmiddelen ingevoerd. Hierdoor werd het mogelijk om binnen onze branche de Hygiënecode op te stellen. Onder leiding van het Voedingscentrum en in samenwerking met onder andere de beroepsverenigingen (waaronder de VHVG), werden richtlijnen en normen opgesteld om de voedselveiligheid te waarborgen.
Deze richtlijnen en normen werden vastgelegd in de ‘Hygiënecode, de Kadercode voor de voedingsverzorging in instellingen in de gezondheidszorg’, die is uitgebracht in januari 1996. De overheid heeft ons opgelegd om na een periode van vijf jaar de hygiënecode te evalueren en, daar waar nodig, bij te stellen.
Onder leiding van het Voedingscentrum is een werkgroep in het najaar van 1999 gestart met de evaluatie van de hygiënecode. Door wetswijzigingen, nieuwe regelgeving en aangepaste procescontroles op naleving daarvan door de Keuringsdienst van Waren, rezen er steeds meer vragen over de wettelijke en/of wenselijke richtlijnen en de microbiologische normen. Ook was er kritiek op de ‘bemoeienissen’ van de ‘hygiënecode’ op de bouwkundige en technische voorzieningen binnen een centrale keuken en de pantry's. Verder was het in de evaluatieperiode interessant om te weten of de gebruiker van de hygiënecode deze functioneel en praktisch vond.
De werkgroepleden controleerden het aangeleverde commentaar en namen dit – waar mogelijk – mee in de samenstelling van de nieuwe hygiënecode. De werkgroep liet de nieuwe teksten beoordelen door een klankbordgroep die als laatste toets de nieuwe teksten en procedures bekeek. Verder valt op dit moment te melden dat er een nieuwe beschikking over ontkoppeld koken komt, die beter leesbaar zal zijn.
De evaluatie van de Hygiënecode zal worden opgevolgd door een aantal sessies in 2004 Daarnaast liet de heer J.v.d. den Brekel weten dat de gewijzigde code van slager en poelier voor aanpassing kon worden uitgewerkt.

 

Projectgroep Richtlijn vocht- en voedselvoorziening in verpleeghuizen

Afvaardiging namens de VHVG in 2003:

Dhr. A. Severijnen

In december 2001 heeft Arcares de multidisciplinaire richtlijn voor verantwoorde vocht- en voedselvoorziening voor verpleeghuis-geïndiceerden uitgebracht.
Om de verpleeghuizen te kunnen ondersteunen bij de invoering van de richtlijn start Arcares met een project voor een begeleide implementatie.
Voor dit project is de VHVG gevraagd deel te nemen. In 2002 zijn alle werkzaamheden voortvarend van start gegaan. Prognose is, dat in het voorjaar van 2003 de eerste resultaten uit de netwerken bekend zullen zijn.
Onderstaand vindt u een overzicht van de gestelde werkzaamheden.

Doel van de implementatie:

  • het faciliteren door het vervaardigen van een stappenplan met werkdocumenten en hulpmiddelen
  • het uitbreiden van de richtlijn voor jongeren in het verpleeghuis en voor verzorgingshuis-geïndiceerden
  • het formuleren van aanbevelingen ten behoeve van actualisatie en evaluatie.

Plan van aanpak:

  • het voorbereiden van een multidisciplinaire voorbereidingsgroep
  • het vormen van een drietal netwerken
  • het aanstellen van een projectleider.

Samenstelling van de voorbereidingsgroep:

  • de projectleider (wordt door Arcares benoemd)
  • vertegenwoordigers van overige organisaties die al eerder bij de ontwikkeling van de richtlijn waren betrokken ( NVVA, NVD, NVLF, AVVV, Koksgilde, NU ´91. NVE, LOC en VHVG).

Taken:

  • het voorbereiden van: een stappenplan, een basisprotocol m.b.t. vocht en voedsel, indicatoren en evaluatiepunten
  • het vervaardigen van een voorlichtingsfolder voor verplegende en verzorgende beroepsgroepen en vrijwilligers (door LCVV en AVVV)
  • een voorlichtingsfolder voor de cliënt, contactpersonen en cliëntenraden
    (door LOC)
  • het opstellen van een beperkte scholingsmodule voor de 21 verpleeghuizen die betrokken zijn bij de implementatie
  • het uitwerken van de richtlijn voor jongeren in het verpleeghuis en voor verzorgingshuis-geïndiceerden
  • het informeren van de opleidingsinstituten over de richtlijn.

Opstellen van de Netwerken:
Om voldoende spreiding en hanteerbaarheid te bereiken tijdens het  implementatietraject is gekozen voor drie netwerken van 7 verpleeghuizen, verdeeld  over het land.
De representativiteit wordt gezocht in de volgende categorieën:

  • een verpleeghuis met meer dan 200 bedden
  • klein verpleeghuis met maximaal 120 bedden
  • een gecombineerd verpleeghuis
  • een somatisch verpleeghuis
  • een psychogeriatrisch verpleeghuis
  • een verpleeghuis met specifieke stromingsachtergrond
  • een verpleeghuis met leefstijldifferentiaties

Tijdspad:
In april is de voorbereidingsgroep gestart. Deze zal vier keer bijeenkomen.
Het project heeft een doorlooptijd tot juli 2003.

De heer A. Severijnen wist verder te melden dat er in een 21-tal verpleeghuizen richtlijnen zijn uitgezet, wat de nodige moeite kostte om dit ingevoerd te krijgen.
Er komen steeds meer verzorgingshuizen met een verpleegindicatie, waar dit ook voor geldt. Daarnaast is er voor de leeftijdscategorie van 20 – 65 jarige zeker behoeft aan richtlijnen. Samen met Arcares worden de diverse keuzeinstellingen bekeken en kan men daar voor informatie terecht, zoals wat voor soort werkgroep, wie waar inzit en wie wat doet. Tenslotte kon gemeld worden dat er al wat richtlijnen in een soort blauwdruk zijn gemaakt en er voor gewaakt moet worden dat dit niet ontaart in een zo genaamde rooddruk, dus aangepast aan de eigen instelling.
Helaas is gebleken dat de richtlijnen, door vertraging nog niet geheel klaar zijn en naar
begin 2004 worden verschoven.


Participatie in het College van specifiek deskundigen van het NIAZ

Afvaardiging namens de VHVG:

Dhr. R. Plasier.

De VHVG is in 2000 door het bestuur van het Nederlands Instituut voor Accreditatie van Ziekenhuizen (NIAZ) gevraagd een lid af te vaardigen in bovengenoemd college.

Deze commissie heeft tot taak het bestuur van het NIAZ gevraagd en ongevraagd advies te geven over specifiek inhoudelijke aspecten en informatie te geven over behoeftes en ontwikkelingen in het veld.
In maart 2003 is er een bijeenkomst geweest waar vooral de medische kant werd belicht. Men is echter verheugd dat van de medische kant men geïnteresseerd is en betrokkenheid toont bij het aspect voeding. Verder is er in dit verslagjaar een Nieuwsbrief is verschenen waarin o.a. het INK – model een warm hart wordt toegedragen. Graag verwijzen wij hiervoor naar het “INK item” dat in het Jaarboek VHVG 2003 uitvoerig staat beschreven

Klankbordgroep GPI

Afvaardiging namens de VHVG:

Dhr. R. v.d. Laan

Namens de VHVG participeert de heer R.v.d. Laan, op verzoek van Grootverbruik Product Informatie in de Klankbordgroep GPI. De klankbordgroep kijkt hoe suggesties voor veranderingen aangaande lay-out, gebruiksvriendelijkheid en/of inhoudelijkheid gerealiseerd kunnen worden.
Na enige tijd van stilte is er bij GPI de behoefte uitgesproken om een klankbordgroep op te richten die bestaat uit de volgende vertegenwoordigingen: 

  • instellingen
  • cateraars
  • fabrikanten 
  • de groothandel 
  • en natuurlijk heeft GPI ook zijn bijdrage in de werkgroep.

De deelnemers binnen de werkgroep zijn zeer divers: van commerciële personen tot inkopers en voedingskundigen.

Het doel dat de klankbordgroep zich voorhoudt: GPI wil de huidige centrale databank aanvullen met relevante gegevens van (en voor) levensmiddelenfabrikanten, de groothandel, instellingen, en cateraars, afgestemd op de wensen van de eindgebruikers.

Belangrijke wijzigingen die in het verleden en dit jaar bij GPI hebben plaats gevonden zijn:

  • de database is vanaf halverwege 2002 via internet benaderbaar geworden
  • er is een nieuwe en duidelijke tariefstructuur ingevoerd
  • er is een nieuwe nieuwsbrief geïntroduceerd.

Ontwikkelingen in 2003:

  • GPI database koppelen aan de bekende voedingsautomatisering-systemen
  • Verder getracht alle fabrikanten deel te laten nemen, zodat meer instellingen de 
    behoefte hebben abonnee te worden.

Commissie 4e Lustrum VHVG 2003

Samenstelling commissie:

Dhr. A. Bergmans, voorzitter
Dhr. A. de Jong
Dhr. R. Kamperman
Dhr. M Overwijk

In het voorgaande jaarboek zijn wij geëindigd met de tekst dat alle voorbereidingen resulteerden in een passend programma voor de Lustrumviering die zich concentreert op 19 juni 2003. Wij kunnen met elkaar vaststellen dat de Lustrumviering van 19 en 20 juni 2003 een succes is geweest. Als commissie hebben we in samenwerking met de externe bedrijven een goed logistiek verzorgde viering neer kunnen zetten waar de deelnemer zorgeloos aan heeft kunnen deelnemen en van heeft kunnen genieten.
Zowel het officiële programma als het partnerprogramma (een bezoek aan de stad Maastricht) waren goed verzorgd en zijn ook goed verlopen. Gezamenlijk hebben we in een ontspannen sfeer de lunch gebruikt en hebben we daarna een bezoek gebracht aan de Nederlandse wijngaard. Zeer enthousiast is ons de Nederlandse wijnteelt uitgelegd en hebben we bijzondere wijnsoorten mogen proeven.
Na een welkome rustpauze hebben we het feest voortgezet in een bijzondere ambiance, een feestdorp op zich zelf. Een feest om niet te vergeten.
De tweede dag hebben we bijzondere grotten van Limburg mogen bezoeken en hebben we het Lustrumfeest afgesloten met een overweldigende barbecue in een zonovergoten Limburg. Wij kunnen u laten weten dat de commissie het een eer vond om dit te mogen organiseren en we daar ook zelf met volle teugen van genoten hebben.

Quote uit het verslag van de ledenbijeenkomst waarin dit jubileumfeest werd geëvalueerd:

Door afwezigheid van A. Bergmans (voorzitter Commissie 4e Lustrum) tijdens deze evaluatie nam de heer Overwijk het woord en gaf aan dat hij met collegae A. de Jong en R. Kamperman, als een viertallige commissie met veel plezier aan het programma heeft gewerkt. In eerste instantie werd er aan gedacht om deze organisatie uit te besteden, maar na een aantal bevindingen had men besloten om dit in eigen beheer te doen, wat daardoor veel tijd met zich heeft meegebracht, zeker wat het bekijken en bespreken van de diverse locaties betrof. Men was daardoor weliswaar binnen de begroting gebleven, maar daarbij gaf de heer Overwijk wel aan dat bij het 25 jarig Lustrum de begroting zeker bijstelling behoeft, gezien de organisatie en beschikbare budget voor dit 4e Lustrum. Met een wat tegenvallende opkomst van ca 50%, wat wellicht aan het tijdstip (vakantie) had gelegen, kan teruggekeken worden op 2 dagen met een goed verloop, weinig problemen en een blijvende herinnering
Voor deze herinnering verzocht de voorzitter VHVG, J. van den Brekel, de commissie naar voren te komen, want uiteraard wou het bestuur zich niet onbetuigd laten en bood de leden van de commissie dinerbonnen aan (en aan de heer de Jong een speelgoedbus, vergezeld van de opmerking dat hij deze keer zeker de bus niet had gemist! Met instemmend applaus werd daarmee, voor dit 4e lustrum, de commissie ontbonden

Werkgroep herziening toelatingscriteria VHVG.

Samenstelling commissie:

Dhr. M. Overwijk
Dhr. B. Mulder
Dhr. M. Huikeshoven

Uitgangspunten voor nieuw te formuleren toelatingscriteria voor deze commissie waren:

Stelling 1. Samenvoegingen, fusies en/of andere samenwerkingsverbanden (joint venture, strategische allianties) op voedingsgebied binnen de institutionele markt zorgen er mede voor dat er een terugloop is te zien in het aantal traditioneel ingerichte voedings /ondersteunende diensten binnen de Gezondheidszorg, Defensie, Justitie, Jeugdzorg en andere non-profit organisaties.

Uitgangspunt 1.
De VHVG is genoodzaakt om de criteria geformuleerd in haar statuten te herzien waar het gaat om de traditioneel ingerichte organisaties (voedings en ondersteunende diensten) en is genoodzaakt binnen de hierboven genoemde structuren te zoeken naar haar nieuwe leden.

Stelling 2. Door eerder genoemde organisatie wijzigingen vindt er tevens een verandering plaats op het gebied van de functie Hoofd voeding. Deze leden geven de VHVG haar bestaanrecht zoals beschreven in de statuten van de vereniging.

Uitgangspunt 2.
Onderzoek is nodig waar het gaat om de functionaris welke voor de vereniging van belang is. Hiertoe heeft de vereniging reeds besloten een naamwijziging door te voeren. Hiermee is gekozen voor het profileren van de vereniging met de toevoeging Food and Hospitality management. Een en ander geeft aan dat er een duidelijke veranderende markt aan het ontstaan is op het gebied van gastvrijheidservices.

Stelling 3. Door het ontstaan van grote samenwerkingsverbanden kan het zo zijn dat binnen 1 organisatie, samenwerkingsverband meerdere personen met verschillende verantwoordelijkheidsgebieden in aanmerking kunnen komen voor toelating volgens de gestelde criteria van de VHVG.

Uitgangspunt 3.
De VHVG kan onderzoeken of het mogelijk is om op dit punt de statuten bij te stellen om op deze wijze haar leden ook vanuit een en dezelfde organisatie te kunnen toelaten. Specialistische kennis vanuit diverse invalshoeken is noodzakelijk om de vereniging met haar leden te voorzien van informatie vanuit deze nieuwe organisatievormen.

Stelling 4. Een Europa, Het wegvallen van de grenzen rondom Nederland bij de eenwording van Europa, biedt de VHVG de kans om leden van buiten de Nederlandse gebieden aan te trekken. Op deze wijze wordt het mogelijk om met collega professionals op vergelijkbare posities informatie uit te wisselen.

Uitgangspunt 4.
Mogelijkheid onderzoeken of er wellicht buiten de Nederlandse grenzen potentiële leden zijn te werven. Voorbeelden hierbij zijn internationaal opererende verenigingen diëtetiek en hoofden Inkoop.
 
Stelling 5. Onderwijs is de bron waar het gaat om toekomstige managers en hun opleiders (wetenschap te interesseren voor het vakgebied food en hospitality management vanuit het werkveld. Voor zowel de opleiders, cursisten als vereniging VHVG is hier sprake van kennisverrijking.

Uitgangspunt 5. Onderzoek is nodig waar het gaat om de functionaris welke zich bevindt binnen de onderwijssector deze deelnemers kunnen voor de vereniging van belang zijn daar veel van de potentiële leden hun roots vinden binnen de diverse facilitaire en hospitality opleidingen in de deeltijd of de voltijd cursussen. Informatie uitwisseling in de breedste zin.
Kans: probeer afstudeerkandidaten van de diverse opleidingen te boeien met een lidmaatschap tegen een gereduceerd tarief zoals gebruikelijk bij bijvoorbeeld vakvereniging diëtetiek en FMN.

De commissie zal aan de hand van onder meer deze discussie een voorstel doen waarin de toelatingscriteria van de VHVG opnieuw zullen worden geactualiseerd en geformuleerd zal daarna aan het bestuur en leden worden voorgelegd ter goedkeuring.

 Commissie Symposium VHVG (4e Lustrum)

Samenstelling commissie:

Dhr. D. van Pruijssen
Dhr. J. van den Brekel
Dhr. B. Rietveld
(in samenwerking met PinkRoccade Healthcare en de Vijverborgh Adviesgroep)


In het kader van het jaarplan van het bestuur VHVG had het item "educatie" dit verslagjaar prioriteit en werd besloten een Lustrum symposium te organiseren op 19 en 20 november 2003. Het thema was "De ontwikkeling van de innovatieve rol van de Food & Hospitality manager in de cliëntbeleving ("Belevingseconomie")

 
Overige activiteiten

Binnen de vereniging hielden diverse leden zich in 2003 ad hoc bezig met opdrachten gedelegeerd vanuit het bestuur.

Deze waren onder andere: 

  • het voorbereiden van ledenbijeenkomsten en themamiddagen
  • het onderhouden van public relations en andere voorkomende werkzaamheden
  • het onderhouden van contacten met donateurs en sponsoren
  • het ontwikkelen van een draaiboek ten behoeve van het bestuur met betrekking tot werkbezoeken en studiereizen
  • het voorbereiden van studiedagen c.q. symposium in 2003
  • Het voorbereiden van werkbezoeken aan Frankrijk in 2003